Jolanda Besterveld doet de mbo-opleiding tot doktersassistent omdat ze te jong is om zich aan te melden voor de politieopleiding. Wanneer ze later niet wordt aangenomen op de politieacademie gaat ze bij een arbodienst en keuringsbureau aan de slag. Vervolgens ruikt ze haar kans bij een vacature voor doktersassistent bij de politie. Besterveld krijgt de baan en ontwikkelt zich daar via de mbo Arbeidshygiëne en post-hbo Arbeidshygiëne tot arbeidshygiënist.
Na 8 jaar bij de politie vervolgt ze haar carrière als arbeidshygiënist in het IJsselland Ziekenhuis. En 11 jaar daarna start ze als arbo-adviseur bij zorgorganisatie CuraMare. Daar zit ze, 6 jaar later, nog steeds op haar plek: "Ik heb hier een heleboel mooie uitdagingen gevonden."
CuraMare biedt ouderenzorg, thuiszorg en ziekenhuiszorg. Bovendien nemen gehandicaptenzorginstelling Sjaloom Zorg en het Spijkenisse Medisch Centrum ook arbodiensten af van de stichting.
Besterveld: "Ik heb 2 ziekenhuizen, 16 woonzorglocaties, 13 dagbestedingslocaties en de thuiszorg onder mijn hoede. Ik heb op arbogebied de verantwoordelijkheid voor ongeveer 4.300 medewerkers, samen met 1 arbo-assistent en 104 preventiemedewerkers." Aan uitdaging inderdaad geen gebrek.
Orde scheppen met RI&E's
Wanneer Besterveld bij CuraMare begint, voert een externe partij de risico-inventarisatie en -evaluaties (RI&E's) uit. "Er was geen goede basis. Arbo was een rommeltje en ook niet zichtbaar. Dit had invloed op de motivatie van het kleine clubje preventiemedewerkers dat er nog was. Zij waren niet actief meer, want 'we begrijpen niet echt wat we moeten doen'. De MIM-meldingen (melding incident medewerkers) kregen geen goede opvolging, dus medewerkers deden geen meldingen meer, want 'er wordt toch niet naar ons geluisterd'. En de RI&E was verworden tot een Excelletje waarin ze de einddatum steeds verplaatsten om hem 'up-to-date' te houden."

"Ik heb de RI&E's direct in alle drie de organisaties intern opgetuigd, zodat we zelf ook weten welke dingen er spelen." Besterveld kan de RI&E's uiteraard niet allemaal zelf uitvoeren. Dat is simpelweg te veel en het werkgebied is ook te divers. "Dat kan alleen maar in samenwerking met de preventiemedewerkers. Zij selecteren en beantwoorden de RI&E-vragen, doen de risico-inschatting en bedenken de maatregelen. Dat doen ze in kleine teams per onderwerp. Uiteindelijk komt alles op mijn bureau terecht. Dan kijk ik of ik dingen mis en of ik het eens ben met de aangedragen risico's, oplossingen en periodiciteit." Een externe partij voert uiteindelijk de wettelijk verplichte toetsing uit.
Voor Besterveld zijn de RI&E's de kapstok voor haar hele beleid. "De RI&E is voor mij echt de basis om goed sturing te kunnen geven. Het is veel, maar het is essentieel. Gelukkig kan ik heel goed hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden, prioriteiten stellen en het juiste werk aan de juiste personen uitbesteden."
Mee het werkveld in
Het hele proces van de risico-inventarisatie en -evaluatie is inmiddels nagenoeg op orde. Besterveld: "Nu is het tijd voor de puntjes op de i. Ik heb steeds meer ruimte om het werkveld in te gaan om te kijken waar we het verschil nog kunnen maken." En dat vindt ze ook het mooiste onderdeel van haar werk: "Zorgen dat medewerkers zich gehoord voelen en dat wij ze vervolgens kunnen helpen om veiliger en gezonder te werken."
Zo keek ze mee op de afdeling transport om te zien hoe het zit met de waszakken binnen de ziekenhuiszorg. En ging ze mee met huishoudelijk medewerkers van de thuiszorg om te kijken waar die zoal tegenaanlopen.
"Nou, daar sta je van te kijken hoor. De omstandigheden zijn soms echt onacceptabel. Kapotte dweilstelen, smerige toiletten – daar moeten onze medewerkers niet aan worden blootgesteld. Daarom hebben we een specifieke preventiemedewerker aangesteld en opgeleid binnen de huishoudelijke zorg. In de hoop dat zij, als onderdeel van die groep, meer aandacht kan vragen voor de werkomstandigheden en de meldcultuur kan stimuleren. Want alleen als we weten wat er speelt, kunnen we effectief handelen."
Meer aandacht voor onbegrepen gedrag
Ook ongewenst gedrag krijgt de aandacht van Besterveld. Specifiek in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg spelen onbegrepen gedrag en seksueel ontremd gedrag. "Dat is iets waar weliswaar steeds meer aandacht voor komt binnen ónze organisaties, maar waar over het algemeen nog veel te weinig over nagedacht wordt."
Dit probleemgedrag van dementerende ouderen en mensen met een verstandelijke beperking zorgt voor een dilemma. "Iemand die zulk gedrag vertoont, kun je geen figuurlijke rode kaart geven. Diegene blijft binnen de woonzorglocatie en kan het de volgende dag weer doen." Bij dit gedrag ontbreekt het besef van grenzen, de persoon in kwestie kan er niet echt iets aan doen. Dit maakt dat zorgpersoneel ook meer tolereert. "De vraag is: welke maatregelen tref je dan als organisatie?"
"Die discussie probeer ik steeds aan te zwengelen. Want niemand gaat naar het werk om geslagen te worden. Er zijn regelmatig meldingen, variërend van blauwe plekken tot kapotte brillen. Waar ligt dan de grens? De Wet zorg en dwang (Wzd) maakt dat we het geven van medicatie altijd extra wegen. Wanneer zeggen wij dan 'tot hier en niet verder'?"
"Denk ook aan medewerkers die door iemand met seksueel ontremd gedrag betast worden. Dat kan mentaal grote gevolgen hebben, tot verzuim aan toe. Vooral als iemand in het privéleven al eerder met grensoverschrijdend gedrag te maken heeft gehad. Onze bedrijfsopvangteams hebben hier gelukkig oog en oor voor. In de thuiszorg zitten we hier ook al heel strak op."
Infectiepreventie blijft een uitdaging
Dan heb je in de zorg ook nog risico's als infectieziekten. Het is lastig om je daartegen in te dekken, want de incubatietijd is vaak zodanig dat mensen al besmettelijk zijn voordat het zichtbaar is. Bovendien kan een werkgever bijna nooit tot vaccinatie verplichten. Besterveld heeft een treffend voorbeeld.
"We kregen in het ziekenhuis een melding van een baby'tje met schurft. De medewerkers van de kraamafdeling hadden dat baby'tje veelvuldig in de armen gehad. De moeder was bij ons bevallen, dus de verloskundeafdeling was ook betrokken. Na een paar weken kreeg ik van de thuiszorg de vraag of zij in moesten stemmen met de begeleiding van een gezin met schurft. Dat bleek hetzelfde gezin te zijn. Die mensen begrepen de Nederlandse taal niet voldoende en kwamen dus niet van die schurft af. Zo kan één cliënt in de organisatie meerdere besmettingshaarden veroorzaken."
Hoe kun je dan als goed werkgever het verschil maken? "Daarover denken we nu na. Kunnen wij als zorginstellingen onze medewerkers hierin extra faciliteren? Kunnen ze met klachten direct intern naar een dermatoloog? Of moeten ze toch eerst naar hun eigen huisarts? Denk ook aan open tuberculose, kinkhoest, gordelroos en de mazelen. Dat kunnen mensen in de zorg natuurlijk allemaal oplopen. Het is een zoektocht, zeker omdat we medewerkers niet kunnen verplichten zich te laten vaccineren."
Het belang van kennisdeling en samenwerking
Om over een vaccinatiebeleid na te denken of over andere zaken, komt Besterveld graag in contact met andere arboprofessionals. "Ik denk dat het heel belangrijk is als mensen met een arbofunctie in de zorg elkaar opzoeken. Wij zitten bijvoorbeeld via de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) in een online netwerk, de ArboPlus groep. Dat zou voor de ouderenzorg en gehandicaptenzorg ook heel mooi zijn. Zodat je onderling kunt overleggen en elkaar kunt steunen."
Binnen CuraMare heeft Besterveld het expertprogramma Arbocadabra opgezet. Dat is voor alle nieuwe teammanagers en leidinggevenden in alle organisaties. Daarin legt ze arbozaken uit. Voor iedereen belangrijk, maar vooral voor de teams die geen preventiemedewerker hebben. "Want dan ligt die taak bij de leidinggevende zelf. Ik benadruk dan wat de noodzaak is van wél een goede preventiemedewerker aanstellen. Iemand die niet boven, maar naast de medewerkers staat."
Daarnaast traint Besterveld zelf de preventiemedewerkers. En ook leerlingen die binnen de organisatie studie-uren arbo moeten volgen. "Ik laat ze vooral weten wanneer en hoe ze de MIM-meldingen moeten maken, het melden van incidenten dus. Dat vind ik essentieel. Deze meldingen zijn bovendien mijn voelsprieten op de afdeling. Zo kan ik, in samenwerking met anderen, nog meer mensen helpen."
Tips uit de praktijk
Voor vergelijkbaar grote organisaties, ook buiten de zorg, heeft Besterveld enkele tips:
- Houd de RI&E in eigen beheer. Zo weet je écht wat er speelt. Laat teams meedenken en zorg voor gedeeld eigenaarschap.
- Gebruik preventiemedewerkers als antennes. Leid ze goed op, geef ze een duidelijke rol en betrek ze actief bij het arbobeleid.
- Zorg voor directe voelsprieten in kwetsbare groepen. Stel daarvoor specifieke preventiemedewerkers aan die weten wat er speelt op de werkvloer.
- Zoek collega's op. Kennisdeling via interne en externe netwerken verrijkt wat je zelf al weet en kunt. Het zorgt voor sterker beleid en meer draagvlak.
















