Engeland stimuleert LDES via de energierekening van de consument

Engeland stimuleert LDES via de energierekening van de consument
Een vanadium flow batterij van Invinity in Australië. Het Britse bedrijf is één van de geselecteerden in de Cap en Floor-regeling. Foto: Invinity.

Ook het Verenigd Koninkrijk heeft meer energieopslag nodig voor de energietransitie. De Britse overheid geeft daarvoor geen subsidies, maar stimuleert investeringen via zogeheten 'Cap en Floor'-regulatie. Hierbij kunnen bedrijven projecten indienen voor het ontwikkelen van LDES-systemen. Voor aangenomen projecten ziet de nationale energiewaakhond Ofgem erop toe dat de opbrengsten voor de investeerders niet door de bodem zakken (Floor), maar ook niet door het plafond schieten (Cap).

Net als Nederland en veel andere landen die energieneutraal willen worden, is de Britse overheid naarstig op zoek naar meer opslagcapaciteit. Als de wind niet waait en de zon niet schijnt, moet er stroom geleverd kunnen worden. Ook als die energiedip langer aanhoudt dan acht uur en korte termijn-batterijen nog niet zijn bijgeladen. Zonder fossiele brandstoffen is dat alleen mogelijk als groene energie kan worden opgeslagen in zogeheten Long Duration Energy Storage (LDES).

Het Verenigd Koninkrijk (VK) leunt daarbij grotendeels op lange termijn-batterijen, net als Nederland. Er zitten ook kleinere, meer experimentele projecten in de pijplijn, bijvoorbeeld met gecomprimeerde of vloeibare lucht. Anders dan in Nederland biedt het VK nog een andere betrouwbare vorm van lange termijnopslag. In de Schotse Hooglanden kun je energie opslaan in de vorm van stuwmeren. Water dat omhoog is gepompt met groene energie kun je op elk gewenst moment weer naar beneden laten vallen en daarmee turbines aandrijven die stroom opwekken. Deze eeuwenoude vorm van energieopslag wordt al veel gebruikt in Scandinavië. In het VK bestaan nu grootse plannen voor stuwmeren in Schotland.

'Cap en Floor'

De kansen voor deze projecten worden flink beïnvloed door de zogenoemde ‘Cap en Floor’-regeling. Daarmee jaagt de Britse overheid investeringen in LDES-projecten aan. Deze regeling lanceerde het Britse overheidsdepartement Energy Security and Net Zero in 2024, samen met de nationale energiewaakhond Ofgem. Dat is de Britse versie van onze ACM, maar dan alleen gericht op energie. Bedrijven kunnen projecten indienen voor het ontwikkelen van LDES-systemen. Voor aangenomen projecten ziet Ofgem erop toe dat de opbrengsten voor de investeerders niet door de bodem zakken (Floor), maar ook niet door het plafond schieten (Cap).  

Zo worden consumenten beschermd, maar moeten investeringen ook sneller van de grond komen. Het scheelt de overheid bovendien geld als er minder schone energie verloren gaat. Momenteel betaalt het nationale net - the National Grid - op winderige dagen behoorlijke bedragen aan windparken om hun molens tijdelijk uit te schakelen. Op andere momenten moeten gascentrales juist weer bijspringen als er te weinig groene stroom beschikbaar is.

Het Nationale Energy System Operator (NESO) heeft daarom voor 2030, naast grote wind- en zonneparken en een levensduurverlening van kerncentrales, ook grote stuwmeren en meer batterijopslag op de agenda staan. Over vijf jaar moet de batterijopslag verhoogd zijn van 5 GW naar 22 GW. 

Energieheffing consumenten

De ‘Cap en Floor’-regeling maakt het voor investeerders makkelijker om grote projecten van de grond te krijgen. De Britse overheid verstrekt hen geen subsidies en staat ook niet garant voor deze investeringen. Investeerders zijn alleen beschermd via regulering. Dat werkt als volgt. Ofgem zorgt ervoor dat grote financiële tegen- of meevallers worden verrekend met de consumenten. Als een project de investeerder minder oplevert dan de voorgeschreven ‘Floor’, krijgen alle Britse energieconsumenten een hogere heffing op hun energierekening. Blijken projecten juist hogere winsten op te leveren dan de voorgeschreven ‘Cap’, dan gaat de heffing voor Britse energieconsumenten weer omlaag. Zo zorgen de Britse consumenten er gezamenlijk voor dat investeerders niet bedrogen uitkomen of er juist met de buit vandoor gaan.

Engeland heeft goede ervaringen met dit systeem. Er bestaat al langer een ‘Cap en Floor’-regeling voor investeringen in interconnectoren. Dit zijn verbindingen tussen het Britse stroomnetwerk en dat van buurlanden. Er lopen momenteel negen projecten onder deze regeling.

De eerste aanmeldronde van de ‘Cap en Floor’-regeling voor LDES was in de lente van 2025. Van de 171 aanmeldingen zijn 77 projecten doorgegaan naar de volgende fase. Veruit de meeste daarvan betreffen lithium-ion-batterijen. Daarnaast leveren ook stuwmeren een substantiële bijdrage. Kleinere en minder talrijke projecten slaan energie op in flow-batterijen en gecomprimeerde of vloeibare lucht. De Britse overheid zet in op een grote variëteit aan opslagmechanismen. 

Eisen

Om mee te doen aan de ‘Cap en Floor’-regeling moeten LDES-projecten voldoen aan verschillende eisen. De overheid vroeg Ofgem om hiervoor kaders op te stellen. Die zijn gepubliceerd in het zogenoemde Technical Decision Document. Een eis voor een project is bijvoorbeeld dat de energieopslag langer dan 8 uur op volle capaciteit energie kan leveren en dat de opslag de komende 25 jaar blijft functioneren. Er moet ook een aanvraag zijn ingediend voor een aansluiting op het net. Omdat NESO nog bezig is met een hervorming van het net, kan de overheid daarover niet meer zekerheid eisen dan zo’n aanvraag. Met een goede motivatie mogen projecten van deze eisen afwijken. 

Sommige projecten zijn gepland voor 2030, andere projecten pas in 2033. Dat past in het overheidsplan Clean Power Action Plan. In 2030 zou er 4 tot 6 GW aan LDES-opslag moeten zijn, oplopend naar 5 tot 10 GW in 2035. Op dit moment bestaat de LDES-opslag nog uit 2,9 GW.

Kritiek

Er bestaat kritiek op deze overheidsstimulering van LDES. Zo vindt James Basden, oprichter en directeur van batterijspecialist Zenobe, dat de ‘Cap en Floor’-regeling leidt tot oneerlijke concurrentie. Zenobe zorgt voor kortetermijnopslag van batterijen, die enkele uren energie kunnen leveren tijdens groene energiedips.Deze kortetermijnopslag is óók belangrijk in de energietransitie. Het Clean Power Action Plan mikt op 23 tot 27 GW aan opslag in korte termijnbatterijen, oplopend tot 24 tot 29 GW in 2035. Op dit moment bestaat er slecht 4,5 GW aan deze opslag.

Dat gat tussen de huidige en de gewenste status van opslag in kortetermijnbatterijen is veel groter dan bij LDES. En dat gat is moeilijker te dichten door de ‘Cap en Floor’-regeling, zegt Basden. Door LDES te ‘subsidiëren’ - lees: via de energieheffing van consumenten - verstoort dit overheidsbeleid het vraag- en aanbodprincipe op de batterijenmarkt, met minder competitiviteit voor kortetermijnbatterijen. Zo ondermijnt de Britse overheid haar eigen ambities, want kortetermijnbatterijen zijn in veel gevallen wel de meest efficiënte oplossing voor groene energie, argumenteert Basden. “Consumenten zouden niet de prijs moeten betalen voor voorkeursbeleid van de overheid.” Die voorkeur betreft volgens Basden vooral de stuwmeren.

Stuwmeren 

In de ‘Cap en Floor’-regeling doen nu vijf projecten mee voor stuwmeren of ‘pumped hydro’. Twee daarvan zijn een stuk groter dan de andere. Zo is er het Coire Glass-project waar water zo’n 500 meter naar beneden kan vallen. SSE Renewables is van plan om met Coire Glass 1.300 MW aan stroom op te slaan, met een aflevercapaciteit van 1.450 MW. Een ander stuwmeer, Earba, komt zelfs uit op een aflevercapaciteit van 1.800 MW. Ter vergelijking: de lithium-ion-projecten (48 projecten) leveren tussen de 100 en 1.000 MW. Flow-batterijen (21 projecten) en gecomprimeerde (1 project) of vloeibare (2 projecten) lucht leveren tussen de 50 en 200 MW. Samen leveren de 77 projecten straks 28,7 MW.

De 77 projecten in de 'Cap en Floor'-regeling gecategoriseerd naar techniek.
De 77 projecten in de 'Cap en Floor'-regeling gecategoriseerd naar techniek.

Katja Keuchenius schrijft als freelance journalist vooral over duurzame innovatie en circulaire economie. Ze interviewt mensen die de samenleving slimmer en verantwoorder willen organiseren. Ze volgde daarvoor de bachelor Algemene Sociale Wetenschappen en de master Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam. Naast Entra publiceert Katja in onder meer Vrij Nederland, Binnenlands bestuur, Down to Earth magazine en Dagblad Trouw.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.