De ondernemingsraad moet anticiperen op veranderende marktomstandigheden.
In 2006 heeft metaalverwerkingsbedrijf Erico de ondernemingsraad advies gevraagd over het stoppen met het produceren van STRUT in Tilburg. Als beweegreden wordt aangegeven dat deze producten voor minder dan 25% dan de huidige productiekosten kunnen worden ingekocht. De ondernemingsraad adviseert ‘neutraal’.
De ondernemingsraad heeft gesteld dat hij anders zou hebben geadviseerd als de besparingen lager waren beraamd. De ondernemingsraad zou neutraal adviseren indien de werknemers een bepaalde vergoeding kregen. Volgens de rechter blijkt hieruit dat de ondernemingsraad zijn twijfel over de motivering niet doorslaggevend acht. Door het relatief langdurige adviestraject moest de ondernemingsraad bedacht zijn op veranderende marktomstandigheden. Het is aannemelijk dat pas na het nemen van het besluit is gebleken dat de omstandigheden zodanig waren veranderd dat de offerte diende te worden bijgesteld. De Ondernemingskamer oordeelt dat de bezwaren van de ondernemingsraad geen doel treffen en wijst het verzoek af.
Uit artikel 25 WOR blijkt dat de ondernemingsraad enerzijds al in een vroeg stadium van de besluitvorming moet worden betrokken en anderzijds dat er op het moment van de adviesaanvraag inzicht bestaat in de belangrijkste gevolgen van het besluit. De ondernemer zal de ondernemingsraad dan ook regelmatig op de hoogte moeten houden van de voortgang van de plannen. De Ondernemingskamer oordeelt in deze zaak dat ook de ondernemingsraad bedacht moet zijn op wijzigingen. De ondernemingsraad mag dus niet op zijn lauweren rusten en de informatie van de ondernemer afwachten. Zeker nu de ondernemingsraad al een vermoeden had van de onjuiste informatie, had hij extra alert moeten zijn.












