Slachtoffers van beroepszieken: een zielig verhaal

Het wordt steeds duidelijker dat slachtoffers van beroepsziekten in een weinig benijdenswaardige positie verkeren. Hoe kan dat toch zijn, in onze mooie rechtsstaat en verzorgingsstaat?

Slachtoffers van beroepszieken: een zielig verhaal

Wij hebben in Nederland een wetsartikel in het Burgerlijk Wetboek dat de aansprakelijkheid van de werkgever voor arbeidsongevallen en beroepsziekten regelt: art. 7:658 BW

Enige decennia geleden lag het bewijsrechtelijke zwaartepunt daarvan bij de tekortkoming van de werkgever: was die er, dan was de werkgever al gauw aansprakelijk voor de schade van de werknemer. Was die er niet, dan niet. 

Inmiddels heeft de jurisprudentie van de Hoge Raad dit accent verschoven naar het causaal verband tussen de werkzaamheden en de gezondheidsschade. Het is aan de werknemer om dit verband aan te tonen. Nu is dit bij een beroepsziekte erg moeilijk, omdat die doorgaans multicausaal is: toon maar aan dat de schade door het werk komt en niet door privéomstandigheden. 

Dit lukt dus maar heel zelden: de meeste slachtoffers van beroepsziekten krijgen daardoor geen stuiver schadevergoeding van hun werkgever. 

Geen of geen schadevergoeding? 

Bij lage inkomens is vervolgens de toegang tot de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) het bekende drama. 

Wie geen schadevergoeding krijgt en ook geen (inkomenscompenserende, ahem) WIA-uitkering, moet zich wenden tot de Bijstand. Tenzij de partner verdient, want dan heb je vaak geen recht op dit laatste vangnet en krijg je dus echt he-le-maal niks. 

Verdragsrechtelijk is dat een grof schandaal. Want deze gang van zaken voldoet niet aan het Verdrag betreffende de prestaties bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, in de volksmond beter bekend als ILO-verdrag 121

Voor enkele hele zielige categorieën van zieke werknemers heeft de overheid een speciale regeling getroffen: de lijst van de Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten (TSB). Dan kun je zo’n tweeëntwintigduizend euro krijgen, maar kom je - juist daardoor - niet meer in aanmerking voor een vergoeding voor een advocaat. 

Dus vanwege dat schijntje heeft de zieke werknemer niet de middelen om de werkgever voor de rechter te dagen in een dure rechtszaak en een volledige schadevergoeding te eisen. (Hoezo toegang tot de rechter?) Deze rechtsongelijkheid is evident erg zuur voor wie niet voldoende zielig wordt geacht. 

Diverse belangengroepen proberen nu er het beste van te maken door erg hard te schreeuwen: onze leden moeten ook op die lijst. Dat is begrijpelijk, maar uiteindelijk ook geen oplossing. Het toont alleen maar aan hoe - letterlijk - verdeeld het systeem tegenwoordig is. 

Hebben andere landen ook dit probleem, zijn slachtoffers van beroepsziekten daar ook zo sneu? Nee hoor, want die landen houden zich wel keurig aan ILO-verdrag 121. Dat kost dan ook wat: en voilà, daar hebben we ineens de vinger op de echte zere plek… 

Yvonne Waterman

Yvonne Waterman

Aansprakelijkheidsjurist

Mr. dr. Yvonne Waterman is in 2009 gepromoveerd op de aansprakelijkheid van de werkgever voor arbeidsongevallen en beroepsziekten. Ook doceert zij over het beroepsziekterecht. Yvonne Waterman is een aansprakelijkheidsjurist in hart en nieren met een drive voor excellentie. Zij houdt zich vooral bezig met asbest, asbestaansprakelijkheidsrecht en alles wat daarbij komt kijken. Meer informatie: www.watermanlegal.nl.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.