Wanneer de ondernemer regelingen die betrekking hebben op de in artikel 27 lid 1 genoemde onderwerpen wil vaststellen (nieuw beleid), intrekken of wijzigen (bestaande regelingen), moet hij hiervoor instemming aan de OR vragen.
Regelingen die de ondernemer in wil voeren moeten van toepassing zijn op alle medewerkers of op een groep van de medewerkers (bijvoorbeeld een bepaalde afdeling). Met besluiten die de ondernemer neemt ten aanzien van individuele medewerkers heeft de OR geen bemoeienis.
Wanneer bepaalde onderwerpen in de CAO worden geregeld, vervalt hiervoor het instemmingsrecht van de OR. Is er sprake van een raamwerk CAO, dan wordt hierin aangegeven over welke regelingen of onderdelen daarvan nog beslissingsruimte voor nadere invulling voor ondernemer en OR mogelijk is.
Leg daarom de inhoud van de CAO naast het limitatieve overzicht in de Wet op de ondernemingsraden, om zo een beeld te krijgen van de onderwerpen die onder het instemmingsrecht van de OR vallen.
Wanneer de ondernemer een voorgenomen besluit in het kader van het adviesrecht voorlegt aan de OR, kan het zijn dat hierin ook zaken worden opgenomen die vallen onder het instemmingsrecht. Een reorganisatie kan er bijvoorbeeld toe leiden dat de werktijden ook worden aangepast. Vraag in een dergelijke situatie aan de ondernemer om naast de adviesaanvraag ook een apart instemmingsverzoek aan de OR voor te leggen over het aanpassen van de werktijden.
Wil de OR met een voorstel komen tot invoering van een bepaalde regeling, dan kan de OR zelf hiervoor niet het instemmingsrecht gebruiken. Dit is alleen aan de ondernemer. Wel kan de OR in het kader van het initiatiefrecht (artikel 23 van de Wet op de ondernemingsraden) een voorstel aan de ondernemer voorleggen. De OR kan ideeën aandragen voor nieuw te ontwikkelen regelingen maar kan er ook voor kiezen om mee te denken of zelf een concept regeling opstellen en aan de bestuurder voorleggen.
Voordat de ondernemer wil overgaan tot invoering, wijziging of afschaffing van een regeling moet hierover schriftelijk instemming aan de OR worden gevraagd. Zie er op toe dat de ondernemer hierbij in ieder geval aangeeft wat zijn besluit inhoudt, een overzicht geeft van de motieven voor het te nemen besluit en de te verwachten gevolgen van het besluit voor het personeel benoemt. Over de termijn waarbinnen de OR zijn beslissing neemt kunnen ondernemer en OR samen afspraken maken.
- is de juiste bevoegdheid toegepast (advies of instemming)
- is er nog sprake van een voorgenomen besluit of is de regeling al ingevoerd?
- zijn de motieven en de gevolgen voor het personeel helder?
- onderschrijft de OR het voorstel?
- zo ja, welke criteria stelt de OR aan de regeling
- welke conclusies trekt de OR op basis hiervan.
Het schriftelijke voorgenomen besluit moet minimaal één keer in een overlegvergadering besproken worden, voordat de OR een rechtsgeldige beslissing kan nemen. Denk goed na wanneer het op de agenda moet komen en bereidt dit goed voor.
De OR neemt vervolgens zelfstandig zijn beslissing in de OR- of overlegvergadering en deelt deze zo snel mogelijk schriftelijk mee aan de ondernemer.
De ondernemer moet hierop schriftelijk reageren en zijn uiteindelijke besluit meedelen, voorzien van datum van invoering. Geef dit bij het uitbrengen van de je standpunt duidelijk bij de bestuurder aan.
Anders dan bij het adviesrecht geeft de OR bij het instemmingsrecht al dan niet zijn instemming aan een voorgestelde regeling. Hieraan kan de OR geen mitsen en maren koppelen. De OR stemt wel of niet in met het besluit. Wil de OR dat de ondernemer zijn voorstel aanpast, dan kan de OR dit bespreken in de overlegvergadering. Komen partijen hierover tot overeenstemming, vraag de ondernemer dan een nieuw instemmingsverzoek aan de OR voor te leggen.
Stemt de OR niet in met de voorgestelde regeling of laat de OR na om binnen een redelijke termijn hierover een besluit te nemen, dan kan de ondernemer de kantonrechter toestemming vragen om het besluit te nemen. Hierbij vindt wel eerst bemiddeling en advies door de betreffende bedrijfscommissie plaats.
Voert de ondernemer een regeling in zonder daarvoor instemming aan de OR te hebben gevraagd, of zonder instemming te hebben gekregen van OR of kantonrechter, dan kan de OR binnen één maand schriftelijk de nietigheid inroepen. Het aanvangstijdstip van deze maand kan gegeven de situatie verschillen:
- Op de datum waarop de OR de schriftelijke reactie van ondernemer ontvangt, waarin de ondernemer zijn definitieve besluit bekend maakt naar aanleiding van het standpunt van de OR
- Op de datum waarop de OR constateert dat de bestuurder een artikel-27 besluit uitvoert of toepast, zonder daar instemming van de OR voor te hebben gevraagd en of gekregen.
Heeft de OR ingestemd met een bepaalde regeling, toets dan na enige tijd of de regeling daadwerkelijk in de organisatie wordt gehanteerd zoals oorspronkelijk bedoeld. Met andere woorden of de regeling eenduidig binnen de hele organisatie of het deel waarvoor de regeling geldt wordt uitgevoerd.
Is dit niet het geval, stel dit dan in het eerstvolgende overleg met de ondernemer aan de orde.












